Rik Wouters (Mechelen 1882 – Amsterdam 1916)

1. Biografie
1899-1907: academisch beeldhouwwerk, vroegste schilderijen, ontmoeting met Nel


In 1882 te Mechelen geboren, krijgt de twaalfjarige Henri Wouters zijn eerste opleiding in het atelier van zijn vader, waar hij als houtbewerker meubelornamenten uitvoert. Hij zoekt echter verder te gaan in de beeldhouwkunst en schrijft zich in 1897 in aan de Academie te Mechelen, waar hij tot in 1901 de lessen blijft volgen. In 1900 wordt hij ingeschreven aan de Academie te Brussel om er meer speciaal de cursus ‘beeldhouwkunst naar de natuur’ van Charles Van der Stappen te volgen.
De kunstenaar toont zich nog weinig oorspronkelijk in deze tijd, gebonden als hij is door de academische spelregels van de prijskampen met allegorische onderwerpen.
Als hij tweeëntwintig is ontmoet hij de vrouw van zijn leven. Nel poseert als model voor verscheidene kunstenaars en wordt de muze die hij nooit zal ophouden voor te stellen. Hij huwt met haar en het paar vestigt zich in 1907 te Watermaal.
Ongelukkig zijn het barre tijden, zodat het paar verplicht wordt om het jaar daarop naar Mechelen terug te keren bij Riks vader. Die terugkeer naar het ouderlijk huis ervaart het paar als een vernedering. Nel wordt tot ‘huishoudster’ van het gezin Wouters, terwijl Rik, die kan beschikken over een gedeelte van de vaderlijke werkplaats, er niet toe komt zich te concentreren op zijn werk, zodat hij niets bevredigends tot stand brengt. Zij voelen zich onderdrukt en werken hard zonder te genieten van enige intimiteit in de bekrompen woning. Nauwelijks vijftien maanden na hun vestiging te Mechelen doet de gerezen spanning het paar beslissen naar Brussel terug te keren.
Vanaf 1904-1905 beeldhouwt Rik De nimf, waarin zowel zijn wil om zich te bevrijden van het academische keurslijf tot uiting komt, als de beperking van zijn talent. Bestemd voor de Godecharleprijs, werd het beeld te Watermaal begonnen en dan naar Mechelen overgebracht. Het bleef daar achter zonder ooit te worden voltooid. In 1907 wordt Dromerij bekroond met de tweede Godecharleprijs: zijn eerste werk dat echt loskomt van het strakke academisme. De lichte knik in de heupstand, de gekruiste voeten of de armen losjes langs het lichaam en in de lenden brengen een effect teweeg dat wijst op een gewijzigd aanvoelen. Alles werkt samen om een vluchtige beweging als momentopname te suggereren. Met het oog op de voorbereiding voor de Romeprijs schrijft hij zich opnieuw in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel.
Omstreeks 1896-1901 begint Rik Wouters te schilderen, eerst portretten en daarna allegorische en symbolische composities waaraan hij een nieuwe luminositeit zoekt te geven. Als een ware autodidact onderzoekt hij uitvoerig manieren om meer licht en helderheid in zijn doeken te brengen. Hij gebruikt een lichter kleurengamma met zilvergrijze en paarlemoeren tonaliteiten, maar slaagt er niet in een zekere zwaarte van de verfmaterie te vermijden. Zijn proefnemingen leiden hem beurtelings tot het aanwenden van een ‘pointillétechniek’ met brede, vette stippen, tot het gebruik van was om aan zijn schilderij Zomerochtend een mat effect te geven, of tot experimenten met diverse soorten van dragers.


1907-1912: Vestiging te Bosvoorde, project voor de Dwaze Maagd, kennismaking met Simon Lévy

Doordat ze aan tuberculose lijdt, dient Nel buiten te gaan wonen. Zo zal de kunstenaar te Bosvoorde meerdere proeven van lichtschildering ondernemen. Daartoe schildert hij met heldere kleuren op karton omdat schildersdoek te duur uitkomt. Zijn voorkeur betreft vooral interieurs en stillevens die met het mes worden uitgevoerd, in brede verfstroken, zoals ook Ensor deed om in zijn burgerinterieurs de vibrerende atmosfeer te scheppen. Doeken als Dame met de grijze handschoen, of Interieur van de etser A lijken wonderwel op sommige schilderijen van de Oostendse meester door hun bijzonder luminisme, hun intimistisch onderwerp en de wijze waarop de verf is aangebracht om zoveel mogelijk licht op te vangen.
In 1910 ontmoet Rik Wouters Simon Lévy—een groot bewonderaar van Cézanne en Van Gogh—met wie hij een uitvoerige briefwisseling zal voeren. De kennismaking is van het grootste belang voor zijn artistieke ontwikkeling. Deze man spreekt hem uitgebreid over tentoonstellingen die hij bezoekt en over de werken die hij er ontdekt. Lévy stuurt hem zwartwit-reproducties toe van de werken die hem bevallen, vooral die van Cézanne.
Vanaf 1911 poogt de schilder opnieuw een grotere vloeibaarheid aan de verfmaterie te geven, om zo de transparantie van de kleuren te bevorderen. De verf wordt vermengd met terpentijn. Ze wordt met de borstel aangebracht (het mes is voorgoed opgeborgen) in een dunne laag die op sommige plaatsen doorschijnend is. Hij kiest voor een opslorpend doek omdat hij meent daardoor het probleem van de te zware verflaag op te lossen. Ongelukkig genoeg, dient de kunstenaar het verlies aan kleurklank weer goed te maken door meer verf te gebruiken, zodat de hele compositie opnieuw wordt verzwaard. Hij streeft ook naar een betere opbouw van de voorstelling en naar een duidelijkere vormgeving.
In 1907 heeft Rik Wouters als beeldhouwer maar pas het juk van zijn academische vorming afgelegd, als hij het plan opvat om met een verbluffend wild werk zijn herinnering aan de danseres Isadora Duncan gestalte te geven. In 1909 begint hij aan wat twee jaar later De dwaze maagd zal worden.
Vanaf 1907 leeft hij volmaakt gelukkig in Bosvoorde. Zijn vrouw is zijn geliefd model, maar vaak ook komen de kinderen uit de buurt poseren voor de beeldhouwer. De kinderhoofdjes zijn impressionistisch van factuur. Licht trilt op elk facet van de klei. Zijn modellen hebben thans een levendige uitdrukking en een geanimeerde houding (Vooroverbuigende tors, Houdin). De dwaze maagd wordt in vorm gegoten in het begin van 1912. Het is een reusachtige bacchante met uitgestrekte ledematen, die ons tot vervoering brengt.
Gedurende deze periode maakt Rik Wouters sterk doorgevoerde fraaie tekeningen waarin veel zorg is besteed aan lichtspel en ruimtewerking. Zijn tekeningen zijn nauwkeurig uitgewerkt als ze tot voorbereiding dienen voor zijn schilderijen of gravures. Waar ze echter een momentopname van een beweging of een houding willen weergeven, tonen ze een snelle en schetsmatige uitvoering met pen of penseel in oostindische inkt.
In april 1912 ontmoet hij Georges Giroux met wie hij een contract afsluit. Dat laat hem toe met betere materialen te werken, zonder zich te hoeven bekommeren om praktische zaken. Daarvoor dient hij wel exclusiviteit te verlenen voor de verkoop van zijn werken, die in deze tijd in stijgende lijn gaat. Dank zij zijn galeriehouder begint voor Rik Wouters een tijd van grote productiviteit. In 1912 schildert hij een zestigtal doeken.
De opbrengst van zijn eerste door Giroux ingerichte tentoonstelling stelt Rik Wouters in staat om een lang gekoesterde droom te verwezenlijken: naar Parijs te gaan om er de impressionisten te ontdekken.



1912-1914

Tijdens zijn verblijf in Parijs, in 1912, ontdekt Wouters eindelijk de kleuren van Cézanne. Met vreugde ziet hij opnieuw de impressionistische landschappen van Monet, de vleeskleur bij Renoirs vrouwen en het vuurwerk van Matisse. Hij ontdekt Degas, Sisley, Picasso, Greco en Goya. Wouters is ervoor gewonnen: hij gewaagt zelfs zich in de lichtstad te zullen vestigen. Hij tekent veel en maakt talrijke aquarellen. Te Bosvoorde is zijn stijl radicaal vernieuwd: zijn palet klaart op wordt lumineus. Hij geeft het gebruik van absorberend doek op ten gunste van het licht of halflicht geweven doek dat beter de kleurklank bewaart. Door het werken met aquarel en dank zij zijn vele proeven met diverse technieken in de voorgaande jaren, wordt de kleur doorschijnend en licht. Hij laat het impressionisme achter zich door niet langer te schilderen met veel kleine kleurentoetsen. De borstel raakt het doek nog nauwelijks aan en er blijven meer en meer gedeelten van de drager zichtbaar. In werken uit 1912 zoals De strijkster, het Portret van Ernest Wynants, of ook het Interieur D, vrouw in het blauw met geel halssnoer, onderkent men weer iets van Ensor in de vlinderende kleuren, die echter zijn aangebracht door lichte toetsen en niet meer met het paletmes. De invloed van Matisse is merkbaar in de arabesken en schitterende kleuren van Appelen en kunstbloemen B, of Hulde aan Cézanne, in Seringen of nog in De rode gordijnen, uit 1913. De intensiteit en de vrijheid van het kleurgebruik, zowel als de onstuimigheid van uitvoering zijn onmiskenbaar in verband te brengen met het fauvisme.
Buiten de talrijke schilderijen die Rik Wouters in de periode 1912-1914 tot stand brengt, schildert hij ook het decor voor ‘Klein Duimpje’, in een bewerking van Elslander, dat eerst in het Gaîtétheater te Brussel wordt opgevoerd, vooraleer in de Parijse Folies-Bergères te worden voorgesteld.
Na zijn reis naar Parijs in 1912, begeeft Wouters zich naar Keulen en Düsseldorf waar hij zowel de werken van Van Gogh, Cézanne en de Duitse expressionisten bewondert, als die van de oude meesters. Hij komt terug met enkele schetsen.
In 1913 maakt de beeldhouwer Huiselijke zorgen, de Buste van James Ensor en de Buste van Elslander, werken die niet meer de onstuimigheid en dynamiek tonen van De dwaze maagd, maar die toch even indrukwekkend zijn. Beeldhouwen wordt voor Rik Wouters van minder belang naast het schilderen dat op de eerste plaats komt.
In 1913 ontvangt hij de Picardprijs. Het eraan verbonden bedrag van 600 frank is bestemd voor de aankoop van een pand gelegen aan het Citadelplein te Bosvoorde, waar hij zijn huis wil bouwen. In de lente van 1914 nemen Rik en Nel er hun intrek. In zijn atelier heeft hij een vrij uitzicht op de Bezemhoek en het Zoniënwoud verderop, die hij nooit moe wordt te schilderen. Vaak gaat hij er ook naartoe en dat uit zich ook in zijn schilderijen uit die tijd: hij toont een voorkeur voor buitenzichten of voor figuren die voor een open venster staan. Eind 1913 gaat hij met Giroux en Elslande naar Parijs om er de decors bij te werken voor het toneelstuk ‘Klein Duimpje’, dat in de Folies-Bergères wordt opgevoerd. Hij ontdekt er opnieuw de werken van Cézanne. Zijn schilderijen tonen hoe hij op een nieuwe manier kan schilderen: rechtstreeks naar de natuur. In februari-maart 1914 organiseert de galerie Giroux een individuele tentoonstelling van zijn werk. Het is een bekroning van zijn œuvre.
Op 19 december 1913 krijgt Wouters het bericht dat hij zich in geval van mobilisatie onmiddellijk dient aan te melden in de wapenkazerne te Luik. Hij is er zich dan nog niet van bewust, dat hij enkele maanden later naar het front zal worden gezonden.


1914-1916

Op 31 juli 1914 wordt de kunstenaar onder de wapens geroepen. Als de oorlog uitbreekt wordt hij naar het front gezonden: naar Luik, Lier en Haasdonk voor een tijd van zes weken. Hij klaagt steeds meer over hevige hoofdpijn. In september begeeft Nel zich naar het neutrale Nederland. Omstreeks midden oktober wordt Rik Wouters ondergebracht in een interneringskamp, eerst in Amersfoort en vervolgens in Zeist. Hier ontstaat in zijn omgeving een golf van medevoelen. Belgische en Hollandse vrienden wenden zich tot de kampoverheid om voor zijn lot te pleiten. Door vele listen kunnen Rik en Nel elkaar tussendoor zien. Men bezorgt hem verf en papier om te kunnen tekenen en aquarelleren. Hij geeft weer wat hij in zijn omgeving ziet: zichten in het kamp, soldaten en Nel als de gelegenheid zich voordoet dat ze elkaar zien. Gedurende zijn internering werkt hij veel, maar zijn gezondheid gaat snel achteruit en de kunstenaar dient meermaals te worden geopereerd. Dank zij de tussenkomst van Emile Verhaeren krijgt hij begin 1915 toelating om elke dag tot ’s avonds het kamp te verlaten. Hij gaat voor verzorging naar het militaire hospitaal te Utrecht en blijft hoopvol ondanks de operaties en de donkere bril die hij moet dragen. Nic Beets, die verbonden is aan het Prentenkabinet te Amsterdam, onderneemt pogingen om hem een beperkte mate van vrijheid te bezorgen. De sympathiebetuigingen houden daarmee evenwel niet op. Het echtpaar Eppo Harkema neemt de medische kosten voor zijn rekening en zorgt ervoor dat hij in Amsterdam een appartement kan betrekken bij zijn voorwaardelijke vrijstelling. In juni 1915 neemt hij er zijn intrek met Nel. Hij heeft er een uitzicht op de zeer drukke vaart die hem tot enkele fraaie werken inspireert. Juli 1915 kennen de artsen de aard van zijn ziekte. Het betreft kanker van het kaakbeen. Vreselijke pijn maakt het werken steeds moeilijker. Toch blijft het werk in deze tijd nog even kleurig en helder. In oktober wint de ziekte veld: hij verliest een oog en een nieuwe operatie verwijdert een flink stuk van de kaak. Hij dient een ooglap te dragen (Zelfportret met zwarte ooglap). Desondanks blijft hij schilderen in het voorzuitzicht van de tentoonstelling die in januari-februari 1916 in het Stedelijk Museum te Amsterdam zal plaatsvinden. Op 5 april 1916 verlaat hij zijn appartement om in de kliniek op de Prinsengracht een laatste heelkundige ingreep te ondergaan. De laatste maanden van zijn leven zijn een lijdensweg. Hij sterft in juli 1916.



Belangrijkste musea

Stedelijk Museum, Amsterdam
• Late sneeuw, de kooi (maart 1913)
• Liggende vrouw, de vlecht (begin 1913

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
• Kobe van Mechelen (1899-1902)
• Portret van een vrouw in het grijs, profiel (1903-1904)
• Portret van een jonge knaap (herfst 1904-lente 1905)
• De haas A, 1908 (begin 1908)
• De haas B (gestroopt) (begin 1908)
• Interieur van een etser B (begin 1909)
• Interieur A of Dame in het wit, gele halssnoer, 1912 (zomer-herfst 1911)
• Interieur D of Dame in het blauw, amberhalssnoer, 1912 (zomer 1912)
• De groene kool (herfst 1912)
• De schaal met vruchten (herfst 1913)
• De schilder Simon Lévy(1913)
• Kunstbloemen, avond, wandtapijt A (herfst 1913)
• Schets, zittend naakt (lente 1914)
• Landschap te Bosvoorde, open venster) B (lente-zomer 1914)
• De fluitspeler (lente-zomer 1914)
• Dame in het blauw voor de spiegel (lente-zomer 1914)
• In de boot (Schinkel te Amsterdam) (zomer 1915)
• Sombere stemming (november 1915)

Museum David en Alice Van Buuren, Brussel
• De pioenen voor de spiegel (1912)
• Stilleven (appel en bananen, 1913 (herfst 1913)
• De perziken (zomer 1914)

Musée d’Art Wallon, Liège
• Interieur C of Vrouw zittend op het bed of Zomerse namiddag (zomer 1912)
• Portret van de vader van de kunstenaar of Man met de strohoed (zomer 1912)
• Zomerse namiddag (zomer 1915)

Musée des Beaux-Arts, Liège
• Portret van de vader van de kunstenaar A, of De man met de strohoed (zomer 1912)

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen
• Zelfportret van Rik (1903-1904)
• Witte gevels en tuin te Bosvoorde of Het huisje van Rik of De achterzijde van het huisje aan de bosrand (herfst-winter 1907)
Het rode huis, late sneeuw (winter 1907-lente 1908)
• De schilder op de Hoogbrug te Mechelen, 1908 (début 1908)
• Portret van Rik met zwarte hoed, 1908
• Interieur van de etser B (begin 1909)
• Interieur B of De strijkster (begin 1912)
• De tulpen (maart-april 1912)
• De opvoeding A (lente-zomer 1912)
• De oude notelaar B (zomer 1912)
• Naaktstudie, vrouw bij de haartooi (1912)
• Schets, staande vrouw in het zwart, een krant lezend (1912)
• De zieke vrouw met witte sjaal (herfst 1912)
• Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Welriekende (lente 1913)
• Lezende vrouw, groen boek (zomer 1913)
• Het ravijn A (oktober-november 1913)
• De herfstt (herfst 1913)
• Portret van Rik met sigaar, blauwe jas, grijze hoed (1913)
• Landschap te Bosvoorde (open venster) A (lente-zomer 1914)
• Vrouwenportret, wit tulen lijfje (zomer 1915)
• Paletschraapsel van het schilderij Naakt in een rieten zetel (oktober-november 1915)
• Rik met de zwarte ooglap (november 1915)
• De zieke vrouw met witte sjaal (staande, groene zomergordijnen) (herfst-winter 1915)
• Portret van Rik met groene hoed (buste) (november-december 1915)
• Paletschraapsel van het schilderij Portret van Rik met groene hoed (november-december 1915)
• Strijkster (winter-lente 1916)
• Interieur, onweerslucht (winter-lente 1916)
• De schelvis(lente 1916)

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Gent
• Leunende vrouw, manchetten, zwarte jurk, avond (winter 1915-1916)

Gemeentemuseum, Elsene
• Dame in het zwart gezeten in een interieur (rode hoed in de hand), 1908 (eind 1908)

Museum voor Schone Kunsten, Hof van Busleyde, Mechelen
• Portret van Ernest Wynants, eerste staat (zomer 1912)
• Rik met de blauwe blouse (lente 1914)

Musée National d’Art Moderne, Paris
• Portret van mevrouw Rik Wouters, 1912 (herfst 1912)

Lyon, Musée des Beaux-Arts
• De dwaze maagd, brons

Bruges, Groeninge Museum
• Huiselijke zorgen (1913), brons

Rotterdam, Museum Boymans-Van Beunigen
• Vrouw in het rood, rieten zetel (1913)